In de strijd tegen gevaarlijk rijgedrag voert de federale regering ingrijpende maatregelen door. Hoewel het woord ‘puntenrijbewijs’ bewust wordt vermeden omwille van politieke gevoeligheden, is de geest van het systeem duidelijk voelbaar in de nieuwe verkeersregels. Wie zich herhaaldelijk misdraagt in het verkeer, zal dat binnenkort sneller voor de politierechtbank mogen uitleggen.
De nieuwe regels richten zich niet op eenmalige overtreders, maar op bestuurders die keer op keer de fout ingaan. Zo zal iemand die binnen drie jaar acht keer betrapt wordt op te snel rijden, sowieso voor de politierechter moeten verschijnen. De drempels zijn afhankelijk van de wegcategorie: minstens 20 km/u te snel in een bebouwde kom, 30 km/u op gewone wegen, en 40 km/u op de autosnelweg.
Ook wie het niet kan laten om zijn gsm vast te nemen tijdens het rijden, wordt hard aangepakt. Drie inbreuken binnen drie jaar zijn voldoende om een dagvaarding te riskeren. Hetzelfde geldt voor wie herhaaldelijk onder invloed achter het stuur kruipt: twee keer betrapt in drie jaar is genoeg.
Combinatie van overtredingen
Opvallend is dat de overheid nu ook combinatieovertredingen in rekening neemt. Wie vijf keer te snel rijdt én ook nog eens een zware fout maakt zoals een rood licht negeren of fout inhalen, kan eveneens opgeroepen worden door de rechter.
Officieel wil men de term vermijden, maar volgens Vooruit-politicus Joris Vandenbroucke is het duidelijk in Het Laatste Nieuws: “Het systeem heeft alle kenmerken van een puntenrijbewijs, maar we mogen het zo niet noemen. Dat is nu eenmaal het politieke compromis.”
De nieuwe regels zijn bedoeld om recidivisten uit het verkeer te halen voor er zware ongevallen gebeuren. Want één waarschuwing is soms niet genoeg — maar acht of tien? Dan wordt het tijd voor ingrijpen.